België bestaat 175 jaar en dat moet gevierd worden. Maar de met veel bombarie aangekondigde tentoonstelling Made in Belgium wordt door De Standaard zeer oud-Belgisch genoemd, onder andere "omdat hij, zeker in de ronduit schabouwelijke catalogus, een taaltje hanteert dat eigenlijk Frans in Nederlandse woordjes is".
Zou de website van Made in Belgium beter zijn? Helaas, je krijgt er al meteen een merkwaardige bannertekst voorgeschoteld: "De grootste tentoonstelling ooit waarin België en zijn grootste talenten." Slik.
En ja hoor, ook hier rollen de teksten als een kubus op een voetbalveld: "Driedimensionale reconstructies, dankzij museale spitstechnologie, werken in op de emoties en de verbeeldingskracht."
Vooral het pedagogisch dossier (te downloaden als PDF) is sterk in Oud-Belgisch. Enkele voorbeelden:
De wetenschappelijke informatie en een aantal aanduidingen op de tentoonstelling zelf, zijn dienstig bij het oplossen van de vragen.
(Dienstig, hoezo?)
De tentoonstelling geniet van de Hoge Bescherming van Z.K.H. de Koning en kan rekenen op de steun van de overheid en het partnership van tal van ondernemingen, die fier met hun Belgische kwaliteitslabel Made in Belgium uitpakken.
(Genieten van bescherming is niet hetzelfde als bescherming genieten.)
Vind de namen van de monumenten en zet ze in hun stad.
Kasteel in Bouillon / De Halle van Ieperen / Belfort van Brugge / Bischop-Prinsen
Paleis in Luik / Kanaal van het centrum / Kathedraal van Doornik / Stadhuis
van
Brussel / Gravensteen van Vlaanderen.
(Waar ligt Ieperen? En is dat niet het prinsbisschoppelijk paleis?)
Wist je dat Georges Simenon en Hugo Claus, respectievelijk voor het Franse en Nederlandse taalgebied, als de meest vruchtbare schrijvers beschouwd worden?
(Ja, van Simenon zijn er verhalen bekend. Voor de biografen van Claus is dat een nieuwtje!)